Stichting Winnubst

  • Vergroot lettergrootte
  • Standaard lettergrootte
  • Verklein lettergrootte
Home Geschiedenis: weetjes en verhalen Beroemde familieleden

Beroemde familieleden

E-mailadres Afdrukken

Beroemde familieleden

  1. Johan Winnubst, musicus, leraar en componist
  2. Jean Wennips, lid van de Zwitsers Garde
  3. Jacques Winnubst, meester horloge-maker en schoolmeester
  4. Boy Wennubst, lid van het verzet en gefusilleerd in Vught

Johan Winnubst, musicus, leraar en componist

Een korte Biografie
Johan Winnubst
Johan Winnubst

Geboren 25 December 1885 in Amsterdam; overleden op 48 jarige leeftijd, 19 Juni 1934, te Utrecht tengevolge van, zoals de familie het indertijd beoordeelde, een medische fout bij een op zich niet gevaarlijke of moeilijke operatie. Zoon van Petrus Maria Winnubst (1854 - 1929) timmerman, organist, componist en muziekleraar, en Anna Swart (1855-1924). Een zeer muzikaal gezin waar regelmatig muziek-vrienden, zoals de tenor Louis van Tulder en de sopraan Jo Vincent (in hun tijd beroemde zangers), bijeen kwamen en musiceerden.

Hij trouwde 24.08.1911 in Amsterdam met Anna P.P.Walthaus (1883-1967). Zij kregen drie dochters en een zoon. Zijn muzikale opleiding volgde hij aan het conservatorium in Amsterdam bij Bernard Zweers en Hubert Cuypers; en een korte periode aan de kerkelijke muziekschool in Aken. In 1910, relatief jong, 25 jaar oud (hij was toen reeds organist, dirigent van kleinere koren en docent) werd hij, op grond van zijn uitstekende reputatie, benoemd tot directeurorganist aan de Kathedraal van Utrecht. Een functie die hij tot aan het einde van zijn leven trouw gebleven is. Hij was een zeer bewonderd en geacht dirigent. Als uitvoerend kunstenaar genoot hij landelijke bekendheid. Hij was aan het einde van zijn korte carrière, zeker in katholieke kringen, de populairste dirigent: jong, dynamisch, modern en vernieuwend. Tot de ensembles en koren die hij dirigeerde behoorden (naast de aan de kathedraal verbonden koren): de Kon. Utrechtse Mannenzangvereniging, het dubbelmannenquartet “Sine Nomine” en een koortje van zusters van het Sint Anthonius Gasthuis.

Als docent werkte hij aan de R.K.Muziekschool te Utrecht, en aan het conservatorium der R.K.Leergangen te Tilburg; bovendien was hij muziekleraar aan de R.K.Onderwijzerskweekschool te Tilburg en aan het Priesterseminarie te Culemborg. Ook gaf hij privaat muziekles, meestal bij hem thuis. Als dirigent trad hij op, niet alleen in Utrecht, maar ook bijvoorbeeld in Amsterdam, Zwolle, Nijmegen, Eindhoven en Oldenzaal, veelal als dirigent van het “R.K.Koorcomite” een koor van 300 zangers en zangeressen dat optrad bij belangrijke festiviteiten zoals bijvoorbeeld de feestelijke opening van de Katholieke Universiteit van Nijmegen. Johan Winnubst was tevens een productief componist; een groot gedeelte van zijn composities schreef hij voor de ensembles en koren die hij zelf dirigeerde. In zijn kerkelijke, religieuze muziek werd hij gezien als een voorvechter voor de invoering van de toen nieuwe, pauselijke richtlijnen voor de kerkmuziek. Deze richtlijnen hadden tot doel de barokke, instrumentale en theatrale overdrijvingen in de liturgische muziek terug te dringen.

Zie hier toe het interessante artikel van J. Winnips: “Johan Winnubst; Vernieuwer in de katholieke Kerkmuziek”.[1] Tot zijn composities behoren 14 instrumentale werken, 6 Missen, 50 vocale werken in verschillende zettingen waarvan een groot deel niet-liturgisch of kerkelijk, 10 werken voor orkesten waarvan 3 symfonieën. Zijn “Eerste Symfonie” (1925) werd uitgevoerd door het Utrechts Stedelijk Orkest; zijn “Tweede Symfonie” (1927) werd uitgevoerd in het Amsterdams Concertgebouw onder leiding van Willem Mengelberg. Zijn in omvang grootste werk is het “Oratorium Jerusalem” voor koor, orkest en solisten. Het 12-stemmige slotkoor van dit Oratorium, gezongen tijdens een muzikale manifestatie te zijner nagedachtenis o.l.v. Nico Verhoeff, gehouden in Rotterdam, werd door de K.R.O. uitgezonden (April 1936). Als componist van religieuze, liturgische muziek behoort Johan Winnubst tot de “Contemplatieve, Symfonische, Hymnische Richting”; tot deze groep behorend worden ook genoemd, in Nederland, Diepenbrock en W. Andriessen, en, in het buitenland, componisten zoals Bruckner en Cesar Franck. Wouter Paap, een zeer bekend muziekcriticus schreef: “De verwachtingen welke men bij de benoeming van Johan Winnubst betreffende diens componistschap koesterde zijn in de loop van zijn 24-jarig directeurschap volledig in vervulling gegaan.”[2] En dezelfde muziekcriticus vertolkte de mening van zovele muziekliefhebbers zowel binnen als buiten het kerkelijk milieu waar zijn onverwachte vroege dood een schok van droefheid teweeg had gebracht, toen hij zich met weemoed afvroeg “…..wat onze Nederlandse kerkmuziek nog van hem had mogen verwachten, wanneer hij langer had geleefd. Juist in zijn laatste jaren nam zijn compositielust toe en groeide de kracht van zijn inspiratie.”[3]

Piet Winnubst; Maastricht, 16 maart 2002

[1] Verschenen als een hoofdstuk in de Publicatie “STICHTENAREN UIT VROEGER JAREN” dl.2, uitgave b.g.v. het 50-jarig jubileum van de afd. Utrecht v.d. Ned. Genealogische Vereniging; blz 217 t/m 226

[2] Wouter Paap; “Een eeuw Kerkmuziek”, pag.18

[3] Wouter Paap; “Gregoriusblad”, jaargang 101, nr.3.p.124

bladmuziek

Muziekfragment

Jean Wennips, de enige Nederlander die in De Zwitsers Garde heeft gediend

Een korte Biografie
Jean Wennips
Jean Wennips
Jean Wennips werd geboren in Davos, Zwitserland , 18 November 1899. Zijn vader ook een Jean werkte daar als directeur van een hotel. In 1905 nam zijn vader een betrekking aan als directeur van het prestigieuze Hotel Excelsior in de Via Veneto te Rome. Samen met zijn zusje Marie (geboren in 1903) en zijn moeder, Maria Last, verhuisden zij naar Italië en integreerden snel in het Romeinse leven. De familie, van huis uit protestant, werd opgenomen in de katholieke kerk, gedoopt in de bekende kerk van de Trinitá dei Monti. Via hun sociale contacten en hun Zwitserse verleden kon Jean als negentienjarige jongeman opgenomen worden in het roemrijke Vaticaanse, uit 120 man bestaande leger: De Zwitserse Garde. Jean sprak toen al vier talen, Nederlands, Duits, Frans en Italiaans; later leerde hij er nog Spaans bij. Als Zwitserse Gardist met een vrij groot en indrukwekkend postuur en met de gave vloeiend meerdere talen te kunnen spreken, kwam Jean Wennips in die tijd in contact met vele wereldlijke en kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders zoals bijvoorbeeld de Amerikaanse President Wilson, maar ook met Paus Benedictus XV die aan slapeloosheid leed, en met wie hij eens een hele nacht heeft zitten praten. Met de opkomst van het fascisme in Italië en een groeiend nationalisme in Europa werd Jean voor de keus gezet de Zwitserse nationaliteit aan te nemen of de Garde te verlaten. Hij verkoos Nederlander te blijven en verliet na drie jaar dienst de Zwitserse Garde en trad als gids in dienst bij de Italiaanse spoorwegen. Daar heeft hij, zoals hij later dikwijls vertelde een heel prettige tijd gehad. Dat veranderde toen dictator Mussolini aan de macht kwam. Je moest lid worden van de fascistische partij om een baan te krijgen of promotie te kunnen maken. Aangezien hij geen partijlidmaatschap aanvaardde, moest hij ongeveer iedere drie maanden van baan veranderen om de controles van partijfunctionarissen te kunnen ontwijken. In die jaren werkte hij als reisleider, soms ook voor eigen rekening, niet alleen in Italië maar ook in Zwitserland, Monaco en Spanje. De familie had een huis gebouwd in Cento Celle tien kilometer buiten Rome. Daar woonde Jean als hij in Italië was. Met de komst van de oorlog braken voor de familie moeilijke jaren aan. De man van zijn zus werd door een Duits commando geëxecuteerd wegens hulpverlening aan vervolgde joden. Hun huis dat tussen twee vliegvelden lag, werd verwoest tijdens een bombardement. Na de oorlog kwam Jean naar Amsterdam waar hij in de Kerkstraat woonde. Hij kreeg een betrekking bij de gemeente en fungeerde als tolk bij de rechtbank en op het politiebureau. Daarnaast trad hij ook regelmatig op in een functie die hij, beginnend tijdens de dagen toen hij nog als Zwitserse Gardist in Rome leefde, het liefst had vervuld: gids, oftewel “guido touristico” zoals de Italianen zeggen. Jean Wennips overleed………., hij was de laatste telg van onze familietak “B”.
Jean Wennips
Jean Wennips als gids met een paar Italianen in Amsterdam (1961)

Piet Winnubst; Maastricht, 26 februari 2002


Jacques Winnubst, meester horloge-maker en schoolmeester


Jacques Winnubst
Jacques Winnubst, met een door hem gerepa­reerd antiek uurwerk (maart 1999)
Jacques Winnubst, geboren op 21 juni 1921 in Medemblik, zoon van Piet N. Winnubst - een bekend horlogemaker in de Nieuwstraat - liet als jochie kleine, zelfs minuscule raderen draaien. Hij begon daar al vroeg mee. Hij vertoefde graag bij vader in diens werkplaats. Al gauw zei hij: ‘Dat kan ik wel even doen’.

Muziek en klokken

In het gezin van Piet Winnubst en Anthonia Nanda Dol, waarin twee zonen en een dochter opgroeiden, speelde muziek een belangrijke rol. De jongste zoon Jacques speelde piano en blokfluit; hij kreeg daarin les van G. Groen, directeur van de harmonie Crescendo. Jacques werd ook lid van dit muziekkorps, en kreeg al gauw de drumband onder zijn hoede. Net als het horlogemaken zat kennelijk ook de muziek in zijn bloed. Meneer Groen adviseerde vader Winnubst namelijk om hem een conservatoriumopleiding te laten volgen. Vader zag daar evenwel geen brood in. Akkoord reageerde Jacques op deze afwijzing. ‘Maar dan wil ik ook de top bereiken: dus meester-horlogemaker worden’.

Oorlog en bevrijding

In de bezettingsjaren dook Jacques onder bij een boer in de Wieringermeer. De rillin­gen lopen hem nog over de rug wanneer hij terugdenkt aan de dag waarop hij zich moest verbergen in zijn schuil­plaats: een hol, gebouwd met strobalen. Een Duitse soldaat met een lange bajonet op zijn geweer prikte ver door. De bajonet schampte zijn been. De bevrijding werd gevierd met muziek. Ook Crescendo trok door de Radboudveste. Jacques droeg met zijn drumband aan de goede stemming hij. Zijn groep produceerde veel decibels op biscuitblikken van de bevrijders, die bij gebrek aan beter als trommels werden gebruikt. Sommige Medemblikkers werden toen Tegenblikkers genoemd! Nadien konden ze evenwel welluidender klanken beluisteren: toen de band zich met de gebruikelijke instru­menten en zelfs in uniform kon presenteren.

Cursus, verkering, examen

Kort na de bevrijding ging Jacques in de leer bij een horlogemaker in Delft: bij de strenge, uit Zwitserland afkomstige meester F. Wüthrich, die hij kende van de schriftelijke lessen en in wie hij veel vertrouwen had. In Delft ontmoette Jacques het meisje dat later zijn vrouw werd: Joke Tolenaar. Jacques solliciteerde ondertussen bij edelsmid/horlogier Leo van Ierland in Rotterdam. Hij was een van 42 sollicitanten, maar bleef als enige over. Jacques stelde evenwel enige eisen. Hij wilde komen, mits hij de vrij­heid kreeg om de in zijn ogen weinig geordende reparatieafdeling naar zijn inzicht in te richten en de directie moest niet moeilijk doen over het salaris dat hij verlangde. Beide eisen werden ingewilligd en Jacques - 26 jaar - werd chef van een afdeling met vijftien mensen en kon er zijn vaste principes in praktijk brengen: orde, netheid, systematiek, precisie. Toen kwam het (landelijk) examen in Utrecht. Hij verwezenlijkte hier zijn ideaal. Als enige van de vijf examenkandidaten mocht hij zich na afloop ‘meester-horlogemaker’ noemen. Eén van de ongeveer vijftien, die ons land op dat moment rijk was. Cornelis Verhagen, de uit Den Bosch afkomstige voorzitter van de exa­mencommissie - en de pionier van dit vakonderwijs - vroeg Jacques na afloop héél verwonderd hoe hij in zo’n korte tijd een gevraagde spiraal­buiging gereed had kunnen krijgen. Voor deze opdracht was veel tijd uit­getrokken, maar Jacques verliet het lokaal al binnen een half uur: met inlevering van een prima product. Jacques toonde de grote meester toen het hulpmiddel dat hij met zijn vader had ontwikkeld en hier voor het eerst - met succes - had gebruikt! Jacques vervolgde zijn werk in Rotterdam, maar kwam na enige tijd tot het besef dat het met de opleiding in dit vak in het algemeen niet goed was gesteld en hij stelde zich een nieuw doel.

Huwelijk en Medemblikker scholen

Jacques trouwde op 3 juni 1948 en drie dagen later opende hij in zijn geboortestad in de leeg gekomen kruidenierswinkel van G.J. Koomen op de Meerlaan de eerste Nederlandse particuliere horlogemakervakschool. Met twee leerlingen! Vader Piet en ook andere geraadpleegde vakmensen spraken van een roekeloze en kansloze onderneming. Maar de school van Jacques groeide, verhuisde naar een pand aan het Begijnhof en nog weer later naar de grote woning van dokter De Kruif in de Nieuwstraat. Bij voortduring waren pers - en zelfs Polygoon - kwistig met positieve ver­slaggeving over dit in ons land nieuwe schooltype en op het laatst telde de school zelfs 17 leerlingen. Bij gebrek aan voldoende ruimte moesten 21 kandidaten worden afgewezen! De horlogemakervakschool was een fenomeen. ‘Dat die man dat allemaal klaar speelde’. Het publiek zag evenwel alleen de buitenkant. Winnubst moest steeds vindingrijker voorzieningen organiseren en bevechten om ‘zijn’ school draaiend te kunnen houden. De medewerking van het gemeentebestuur hield niet over. De neringdoenden wilden de school graag in de stad houden, maar wat zo af en toe al werd gefluisterd ging toch gebeuren.

School gaat naar Hoorn

Niet Alkmaar, maar Hoorn bleek bereid deze unieke school binnen te halen. Via het aanbieden van financiële steun en huisvesting. Tijdelijk werd onderdak gevonden in het Gezellengebouw, waarna definitieve huisvesting werd gecreëerd aan de Van Aalstweg. Zoon Peter legde de eerste steen en de heer Tolenaar noemde zijn schoonzoon ‘een ijverig ren­paard’ dat zo’n goede locatie dik verdiende. In samenspel met mr. Goote, de toenmalige inspecteur-generaal van het Ministerie van Onderwijs, was inmiddels een ondersteuningsbedrag per leerling vastgesteld. De financiën bléven echter een groot probleem. Daarom werden vele uurwerken van particulieren gerepareerd. Zelfs uit het buitenland kwamen klokken binnen. Ook torenuurwerken werden hersteld: tot vreugde van inwoners van Bovenkarspel, De Goorn, Onderdijk, Wieringerwaard en Wervershoof. Winnubst trok - om de inkomsten te vergroten - zelfs twee vaklieden aan die voor de Leidse firma Tokheim onderdelen van ben­zinepompen vervaardigden!. Daarnaast moest tijd worden vrij gemaakt voor het begeleiden van leer­lingen en docenten, het zoeken - en beoordelen - van kosthuizen voor de leerlingen, het onderhouden van contacten met gemeente en ministerie en het geven van lessen. Er kwam veel op de schouders van Winnubst terecht. Maar de school groeide. Twee idealen bleven nog onvervuld: totale subsidie en eigen schoolexamens.

Idealen vervuld

De totale subsidie kwam. Het hiervoor vereiste leerlingenaantal van 72 werd ruim overschreden. De financiële situatie kon worden gesaneerd en in 1966 kreeg de school toestemming voor eigen examens: dus met gecommitteerden. De school (met een vierjarige opleiding) was niet langer een particuliere school, maar echt nijverheidsonderwijs en ging Horlogemakervakschool ‘Cornelis Verhagen’ heten. In 1977 volgde wederom een verhuizing. In het vrijgekomen ziekenhuis ‘De Villa’ aan de Draafsingel kon­den de inmiddels ruim 100 leerlin­gen behoorlijk worden gehuisvest.
Horlogemakersschool Hoorn
Het op 13 december 1967 leeggekomen ziekenhuis
‘De Villa’ aan de Draafsingel in Hoorn werd in 1977
het nieuwe onderkomen van de
Horlogemaker- vakschool ‘Cornelis Verhagen’

Onderwijsinspecteur De Jager zag echter - zo liet hij bij de offi­ciële ingebruikname weten - toch enkele ‘wolkjes’ boven de school hangen: de Mammoetwet stelde eisen, de school moest aan nog hogere getalsnormen voldoen of fuseren, meer aandacht schenken aan algemeen vormende vakken en strengere toelatingseisen gaan hanteren. De nieuwe loot aan de stam van het nijverheidsonderwijs floreerde, maar directeur Jacques Winnubst raakte er vervolgens bekneld in het strakke keurslijf van officiële regelgeving. Bij het ingebruiknemen van het schoolgebouw aan de Van Aal­stweg had inspecteur-generaal mr. Goote directeur Winnubst al gewaarschuwd: ‘Als eenmaal een schoolbestuur gevormd gaat worden, moet U wel over een groot incasseringsvermogen beschikken’. Er ontstonden aan de Draafsingel al spoedig meningsverschillen. Winnubst raakte uit balans, ging in 1979 met ziekteverlof en moest zijn idealistisch streven in 1980 - na 32 jaar - beëindigen. In 1989 fuseerde de school met de scholen van Schoonhoven en Rotterdam en verhuisde de school naar Amsterdam. In 1993 viel het doek definitief: de eerste particuliere horlogemakervakschool in ons land werd opgeheven. Jacques Winnubst ging in Aerdenhout wonen. Ruim 300 leerlingen had hij opgeleid in het horlogemakervak; liefde bijgebracht voor het ambacht in deze branche. Aan de andere kant: bittere bijsmaken. ‘Ik zal niemand aanraden om een school te beginnen, maar als ik er weer voor zou staan zou ik het zeker weer doen’. Hij adviseert nog altijd oud-leerlingen. De derde generatie - de zonen Peter en Henk - is in het vak werkzaam. Medio 2000 heeft zoon Peter zich in Lelystad gevestigd, waar hij een gespecialiseerd reparatiebedrijf in antieke klokken leidt. Drs. J. Winnips, De Bilt

(Zie ook het artikel en de foto's van oud-leerling Roger Tonnaer.)
(Zie ook de beschrijving van de geschiedenis van de school op de website van Oud Hoorn)

Boy Wennubst, lid van het verzet en gefusilleerd in Vught

Op de website van Kamp Vucht vonden we de naam Henricus Petrus Wennubst met de volgende korte beschrijving.

Geboren op 31 januari 1923 te Batavia
Omgebracht op 4 september 1944 te Vught, 21 jaar

Henricus Wennubst is tijdens de oorlog student. Vanaf 1942 maakt Henricus deel uit van het verzet. In 1943 is Henricus genoodzaakt om onder te duiken. In Den Haag maakt Henricus deel uit van het verzet. Hij helpt mee aan sabotage acties en pleegt samen met andere verzetslieden aanslagen op Duitsers en NSB-ers.
Via Scheveningen komt Henricus in Vught terecht waar hij op 4 september 1944 is gefusilleerd.
Henricus Wennubst staat tijdens de oorlog bij het verzet ook wel als de “Dolleman” bekend.

Wij zijn verder op zoek gegaan. Wie is deze Wennubst? Dankzij Co Winnips is er veel meer informatie boven water gekomen, niet alleen over Boy, maar ook over zijn ouders broers en zussen. Niet alleen Boy heeft veel meegemaakt: hetzelfde geldt voor de andere gezinsleden.

Boy Wennubst: een korte biografie

Boy Wennubst
Boy Wennubst

Boy Wennubst werd geboren in 1923 te Batavia als zoon van Henricus Wennubst (Amsterdam 1891) en Cornelia Maria Armée (geboren in Amsterdam in 1890). Hij was het derde kind van vier. In 1934 vertrekt moeder Cor met de drie jongste kinderen naar Nederland zodat ze daar naar school kunnen. Vader Henk en zus Magda (Pop) blijven achter in Indië.
(Op deze pagina vindt u meer over ouders en broers en zussen van Boy.)

Boy gaat naar het Sint Canisiuscollege in Nijmegen en vervolgens vanaf 1941 naar Utrecht om medicijnen te studeren. In 1942 wordt hij lid van het verzet in Den Haag. Hij helpt mee aan sabotageacties en pleegt samen met andere verzetslieden aanslagen op Duitsers en NSB-ers. In 1943 is hij genoodzaakt om onder te duiken.

Studiegenoten beschrijven hem als volgt. ‘Een stille jongen. Een tikje droomerig, maar vurig en volhardend van karakter. Hij sloot zich al spoedig aan bij een der verzetsorganisaties, waar hij snel een leidende functie innam.’ Zijn verzetsnaam was ‘Dolleman’. Op 2 maart 1943 werd hij gearresteerd en opgesloten in het ‘Oranjehotel’ in Scheveningen. Een Haagse inspecteur van politie heeft hem verraden. Een paar weken deelde hij een cel met een andere arrestant; daarna zat hij twee maanden in eenzame opsluiting.

Op 6 juni 1943 werd hij naar Vught overgebracht. Na enige tijd kreeg hij als lid van het Arbeidskommando de taak om het eten te halen. Dat hield in dat hij een groen jasje kreeg en zo van barak naar barak mocht lopen. Dat stelde hem in staat om briefjes van de ene barak naar de andere te smokkelen. In de barak van Boy zaten ook een paar priesters. In zijn barak werd in het geheim de Heilige Mis opgedragen. Boy bracht met het eten ook de hostie naar geloofsgenoten in de andere barakken. Dat leverde hem de bijnaam Christofoor (Christusdrager) op. En een keer gaf hij zijn ‘groene jasje’ aan een priester zodat die in de barakken de biecht kon horen.

Bidprentje Boy Wennubst
Bidprentje Boy Wennubst
Op 4 september 1944, ‘dolle Maandag’, werd Boy overgebracht naar de beruchte ‘bunker’. Enkele uren na aankomst daar werd hij samen met een groot aantal medegevangenen gefusilleerd. Hij was toen 21 jaar oud.

Zowel zijn oude middelbare school, het Canisius in Nijmegen, als zijn studentenvereniging, Veritas, herdachten Boy in een gedenkboek.

gedenkboek Canisius1

Uit het herdenkingsboek van Canisius
Gedenkboek Veritas
Uit het herdenkingsboek van Veritas

Laatst aangepast op zondag 15 augustus 2010 15:40